Jona in Irak

Jona was een profeet die in het Midden-Oosten leefde. Hij stamde af van Abraham, en Israël was zijn vaderland. Hij was een dienstknecht van de allerhoogste God. De God die de hemel en de aarde gemaakt heeft. Zoals alle grote profeten uit de tijd vóór Christus, was hij een vertrouwenspersoon van God. God vertrouwde hem zijn plannen toe die hij met de mensen had. En het was Jona’s opdracht deze aan de wereld bekend te maken.
Op een dag stuurt God Jona naar Nineve om haar de ondergang te prediken. Nineve was een grote stad en lag aan de Tigris op het huidige grondgebied van Irak. De zonde en de boosheid van Nineve hebben zich zo hoog opgestapeld dat ze de hemel bereiken tot voor het aangezicht van God. Daarom besluit God de stad te vernietigen.
Jona moet het oordeel aankondigen. Maar Jona wenst niet te gaan. Hij besluit om te vluchten. Weg van het aangezicht van God. Met de bemanning van een vrachtschip komt hij overeen dat hij tegen betaling mee mag varen naar Tarsis. Dat ligt precies in de tegenovergestelde richting van Nineve. Jona gaat naar het scheepsruim en valt daar in een diepe slaap.

Hó, Jona!
Er steekt een hevige storm op. De zeelieden vechten uit alle macht om het schip te behouden, dat dreigt te worden stukgeslagen op de golven. In grote angst roepen ze allemaal tot hun eigen god, maar het helpt niets. De zee gaat steeds harder tekeer. En Jona slaapt gewoon door. Wat een geloof heeft deze man in zijn God. Ook zijn leven is in gevaar, maar hij slaapt rustig verder.
Maar dan vindt de kapitein hem en maakt hem wakker. Jona wordt met het noodweer geconfronteerd, maar hij raakt er niet door van zijn stuk. Hij verstaat de taal van deze abnormaal zware storm. Deze is de brenger van een boodschap van God: Hó, Jona! Je gaat de verkeerde kant op!
De zeelieden werpen het lot om erachter te komen wie de schuldige is van het onheil dat hen treft. Het lot wijst Jona aan. Ze roepen hem ter verantwoording. ‘Jona, wie ben je en wat heb je gedaan?’ Ze weten alleen dat hij op de vlucht is voor zijn God. Dat heeft hij hun verteld.
Jona antwoordt: ‘Ik ben een Hebreeër en ik dien de Heer, de God van de hemel, die de zee en het droge gemaakt heeft.’ De scheepslieden worden nog banger en vragen Jona: ‘Wat moeten we met je doen, opdat de storm ophoudt?’ ‘Gooi me maar overboord dan zal de zee weer kalm worden’, zegt Jona.

In de buik van de vis
Omdat de storm in kracht blijft toenemen en de zee steeds onstuimiger wordt, gooit de bemanning, die ten einde raad is, Jona in zee. Op hetzelfde moment gaat de wind liggen. De bemanning bekeert zich tot de machtige God van Jona … en Jona zakt naar de diepte van de zee … Terwijl hij naar beneden zinkt, richt hij zijn blik omhoog tot God in de hemel. Hij staat oog in oog met de dood, maar Jona roept tot de God van het leven. En God stuurt een grote vis die Jona opslokt.
Door zich in het water te laten gooien, werpt Jona zich in geloof in de armen van God voor wie hij op de vlucht was. Hij geeft zich over en de storm zwijgt. Jona heeft de stem van God verstaan en is letterlijk van zijn dwaalweg teruggekeerd. Drie dagen en drie nachten zit hij in de buik van de vis die speciaal is aangepast voor het verblijf van Jona. Jona wanhoopt niet. Hij klaagt niet. Hij heeft geloof. Geloof in de almachtige God die de schepper is van hemel en aarde.
In de buik van het schip sliep Jona. In de buik van de vis gaat hij bidden. En hoe! Hij bidt een gebed vol geloof. Hij looft God en dankt Hem voor zijn redding. Die hij op dat moment nog niet ziet. Hij zit nog steeds in de vis in de zee. Daar moet hij het wel drie dagen en drie nachten volhouden. Maar Jona twijfelt niet. Hij gelooft onvoorwaardelijk dat God hem redt. Op Gods bevel spuugt de vis Jona weer uit op het strand.
God geeft hem voor de tweede keer de opdracht naar Nineve te gaan. Nu gáát Jona en predikt Nineve het oordeel dat de stad over veertig dagen zal treffen, vanwege haar zware zonden.

Goddelijk avontuur
Maar dan neemt de zaak een onverwachte wending. De Ninevieten nemen Jona’s boodschap serieus. Ze schrikken van de onheilstijding. Ze erkennen dat ze gezondigd hebben tegen de God van hemel en aarde! Ze trekken het boetekleed aan. Hun koning roept een vasten uit voor de hele stad, inclusief het vee. ‘Bid allemaal tot God en stop met zondigen, misschien dat Hij ons genadig is!’
En God is hen genadig. Want God is een God van liefde, een God van mededogen, een God van ontferming. God spaart Nineve.
Door het goddelijke avontuur van Jona, heeft een grote wereldstad zich bekeerd tot de God van Israël. De God die alle macht heeft in hemel en op aarde.
De God die eeuwen later zijn Zoon naar de aarde zendt om de zonde van de wereld te verzoenen. Hij wordt geboren in Israël, het vaderland van Jona, en is in menselijke lijn een afstammeling van koning David.


Jenny Goeree Manschot




© 2005


Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2017 Alle rechten voorbehouden