De grootste zonsverduistering ooit!

In het jaar 33 worden er vlak voor Pasen twee zware misdadigers door het Romeinse gerecht in Jeruzalem ter dood veroordeeld. De executie zal door kruisiging worden uitgevoerd. De criminelen ontvangen het welverdiende loon voor hun misdaden. Moordend, rovend, diefstal plegend en terreur zaaiend zijn ze rondgegaan tot ze in handen vielen van de Romeinse justitie.
Nu is het uit. Het is voorbij. Hun levenskans is nihil. Al die tijd hebben ze erop los geleefd. Ze trokken zich niets aan van de wet, noch van de Romeinse, noch van de Joodse. Ze schonken geen aandacht aan de prediking van Jezus van Nazaret. Ze negeerden de tekenen en wonderen die Hij deed. Ze hoorden de roep die over het hele land van Hem uitging. Maar ze zijn niet tot bezinning gekomen. Ze leidden hun zondige, criminele leven temidden van een volk dat in grote opschudding was gebracht door een man uit Nazaret, een timmermanszoon, die het heil predikte en de zieken genas. Hij vergaf mensen hun zonden. Hij schonk gratie waar de wet van Mozes mensen ter dood veroordeelde. Hij gaf ouders hun kinderen uit de dood terug. Hij bevrijdde verslaafden. Hij voedde hongerige mensenmassa’s.
Er was geen mens in Israël die niet van Jezus van Nazaret, de Zoon van God, gehoord had. Hij sprak woorden die het hele land in beroering brachten. Voor hen die ze wilden aanvaarden, brachten ze rust en vrede. Maar zij die zijn woorden niet wilden accepteren, raakten buiten zichzelf van haat en woede, van jaloezie en afgunst. Ze zochten een aanklacht tegen Hem. Dag en nacht belaagden ze Hem, loerden ze op Hem. En vandaag is het zover. Het is hun dag. Daar hangt Hij! Aan het middelste kruis! Als een misdadiger!
De twee moordenaars worden na een rechtvaardig proces terechtgesteld. Ieder aan een kant van de man van Nazaret. Het gebeurt allemaal onder grote publieke belangstelling. Er zijn heel veel mensen op de been. Hun belangstelling gaat uit naar de man aan het middelste kruis. Boven zijn hoofd is een bordje geplaatst, waarop de tegen Hem ingebrachte beschuldiging staat: “Dit is Jezus, de Koning der Joden”.
De menigte rondom het kruis is één van hart en ziel. Mannen en vrouwen, de geestelijke leiders, de Romeinse soldaten, zelfs de beide medegekruisigde moordenaars, allemaal honen en bespotten ze de man aan het middelste kruis. Allemaal schreeuwen ze tegen Hem: “Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden. Laat de Christus, de Koning van Israël, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven”.

Enorme revolutie in de schepping
Terwijl de ene moordenaar kijkt naar die uitzinnig schreeuwende, tierende menigte die zo tekeer gaat tegen de man naast hem, komt hij tot bezinning. Hij realiseert zich plotseling wie die man aan het middelste kruis is. Het is de redder der wereld. Hij hoort zijn medecrimineel zeggen: “Bent U niet de Christus? Red uzelf en ons!” Hij legt hem direct het zwijgen op. “Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu je hetzelfde vonnis ontvangen hebt? En wij terecht, want wij ontvangen vergelding naar wat wij gedaan hebben, maar deze man heeft niets onbehoorlijks gedaan”.
De moordenaar beseft dat die onschuldige daar hangt voor zijn schuld. En stervend, in doodsnood verkerende, doet hij een beroep op Jezus. “Jezus, denk aan mij wanneer u in uw Koninkrijk komt”. De bevrijdende woorden van Jezus luiden: “Heden zul je met Mij in het paradijs zijn”. De moordenaar sterft de Romeinse doodstraf, maar de goddelijke doodstraf wordt door Jezus voor hem omgezet in eeuwig leven.
Hij, de onschuldige, de Zoon van God, hangt daar tussen hemel en aarde bloedend te sterven. De aarde heeft Hem afgestoten als een misdadiger, omdat Hij haar het heil heeft gepredikt. De hemel heeft zich voor Hem toegesloten vanwege de zonde waarmee Hij beladen is. Alle zonde van alle mensen uit alle tijden, ook de zonden van zijn moordenaars, de zonden van allen die zich daar rondom het kruis verzameld hebben, zijn op Jezus gelegd. Aan het kruis op Golgota heeft Jezus zich met de zonde van de hele mensheid geïdentificeerd. Hij, die geen zonde gekend heeft, is voor ons tot zonde geworden.
Die zondelast is zo enorm groot dat de zon verduisterd wordt en het gehele land in duisternis gehuld is. Wat daar gebeurt op die heuvel even buiten de stad Jeruzalem, brengt een enorme revolutie in de schepping, die ten dode opgeschreven is, teweeg. Hier vlakbij Jeruzalem wordt door de dood van de Zoon van God het nieuwe leven der wereld geboren. Het bloed vloeit uit de wonden van Jezus. Het vloeit daar voor de zonde van de mensen.
Als Jezus gehoor had gegeven aan de hoon en de spot van de omstanders en van het kruis was gekomen om te bewijzen dat Hij de Zoon van God is, dan was de wereld reddeloos verloren geweest. Dan was er geen hoop meer voor de mens. Maar Jezus is blijven hangen aan het kruis tot het bittere einde.
Dan roept Hij met luider stem: “Het is volbracht!" Vanuit de hemel komt onmiddellijk Gods antwoord. Het voorhangsel in de tempel in Jeruzalem, dat het symbool is van de scheidsmuur tussen God en mensen, scheurt van boven naar beneden. De weg tot God is vrij. Jezus is de weg. Alleen via Hem kan de mens tot de Vader gaan.
Het sterven van Jezus gaat met zo’n enorme kracht gepaard dat de Romeinse hoofdman die belast is met de bewaking, uitroept: “Deze is werkelijk de Zoon van God!”

Het offer voor de zonde is gebracht. Ook voor u. Dit betekent dat u een nieuw leven kunt beginnen. Een leven met Jezus. Zijn bloed reinigt van alle zonde! Bekeer u tot Hem.
Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven.

Bijbehorende bijbelgedeelten:
Matteüs 27:33-54; Lucas 23:33-49

Jenny Goeree Manschot




© 2006


Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2017 Alle rechten voorbehouden