Geven is investeren in je toekomst!

(Een artikel speciaal voor christenen)

Tienden geven op grond van de wet
Moeten wedergeboren christenen, leden van de gemeente van Jezus, tienden geven?
De tienden zijn eigenlijk een heffing, een soort belasting. Belasting wordt van bovenaf opgelegd en is vastgelegd in de wet. Ook de tienden zijn van Hogerhand opgelegd en vastgelegd in de Wet.
Het geven van de tienden is een onderdeel van de wet van Mozes. In die wet staat dat de Israëlieten hun tienden moesten betalen. De wet van Mozes (ook wel Joodse wet genoemd of kortweg: wet) was speciaal voor de Israëlieten. Die was niet voor de heidenen.
De wet is door Jezus vervuld. Niet ontbonden, niet afgeschaft, maar volbracht. In de Groot Nieuws-vertaling staat: Jezus heeft de wet haar volle betekenis gegeven (Matt. 5:17, 18).

Nieuwe wet
Jezus is het begin van een nieuw verbond en van een nieuwe wet. Die nieuwe wet geldt zowel voor de joden als voor de heidenen. De nieuwe wet vindt z’n oorsprong in de oude wet. Gij zult God liefhebben en uw naaste als uzelf (Matt. 22:38-40).
De nieuwe wet is de wet van de liefde. Vlak voor zijn kruisiging geeft Jezus de discipelen een nieuw gebod: Heb elkaar lief, zoals Ik u heb liefgehad (Joh.13:34). De liefde is de vervulling van de wet (Rom. 13:8-10). Jezus heeft de Joodse wet vervuld. Hij heeft zichzelf geofferd als losprijs voor de wereld. “Christus is het einde der wet” (Rom. 10:4).
De wet heeft geen rechtskracht meer voor degenen die door geloof Jezus als hun verlosser en hun Heer aanvaarden. Zij zijn vrijgekocht van de wet en hebben het recht van zonen gekregen (Gal. 4:4-7). Ze zijn niet onder de wet, maar onder de genade (Rom. 6:14). Jezus zegt: De zonen zijn vrij van het betalen van belasting (Matt. 17:24-27).

Abraham
“Ja maar”, zeggen sommige christenen, “Abraham en Jakob leefden voordat de wet van Mozes kwam en zij gaven ook hun tienden”.
Dat is zo.
Abraham gaf zijn tienden aan Melchisedek. Melchisedek is het beeld van Jezus. Hij bracht brood en wijn - symbolen van het offer van Golgotha - aan Abraham (Gen. 14:18-20 en Hebr. 7:1-28). En in Genesis 28 vers 22 belooft Jakob God dat hij Hem stipt de tienden zal geven.
Abraham was geen zoon van God! Hij had niet het recht van een zoon. Abraham was de stamvader van een natie. Een natie met een eigen grondgebied op deze aarde. Die natie is Israël. En God was de koning van die natie. Aan Hem moesten de burgers, de Israëlieten, heffing betalen, de tienden.
Abraham is niet alleen de vader van het volk Israël, hij is ook de vader van hen die door het geloof in Jezus zonen en dochters van God zijn (Rom. 4:11, 12).

Geven uit liefde
Als een mens Jezus aanvaardt als zijn verlosser en Heer, wordt hij opnieuw geboren. Hij wordt geboren uit God. Hij krijgt deel aan de Goddelijke natuur (2 Petr. 1:4). Gods natuur is liefde. God gaf uit liefde alles wat Hij had. Hij gaf zijn eniggeboren Zoon aan een zondige wereld. Met het doel dat iedereen die in Hem gelooft niet naar de hel gaat, maar eeuwig leven heeft.
Als we liefhebben geven we, geven we onbeperkt. Liefde geeft! Geven veroorzaakt een drieledige vreugde. Geven geeft blijdschap aan de gever, de ontvanger en aan God.

Gods visie op geven
Tegen de rijke jongeling in o.a. Marcus 10:17-23 zei Jezus: Verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen. Jezus vroeg alles en niet een tiende deel. Dat had de jongeling al gegeven, want hij leefde volgens de wet. Jezus vroeg hem om zijn aardse rijkdommen in te ruilen voor hemelse rijkdom. En Hij nodigde hem uit Hem te volgen. Maar de rijke jongeling ging bedroefd weg. Hij kon geen afstand doen van wat hij bezat.

De weduwe in Marcus 12:41-44 wierp twee koperstukjes in de offerkist. Het was haar hele levensonderhoud. Zij had het meeste gegeven van allemaal. De rijken gooiden er wel veel en veel meer in, maar zij deden het van hun overvloed.

Zacheüs was een man die wilde hebben. Hij zei: Geef mij! Toen Jezus in zijn huis kwam veranderde Zacheüs. Hij zei: Ik geef! En dat was geen tiende deel. Het was onbeperkt (Lucas 19:1-10).

In de handelingengemeente verkochten de mensen hun bezittingen en legden de totale opbrengst en - niet een tiende deel - aan de voeten van de apostelen (Hand. 2:45; 4:34, 37). Ze deden dit uit liefde. Ze waren het niet verplicht (Hand. 5:1-4 Ananias en Saffira). Ananias en Saffira bedrogen de Heilige Geest en dat kostte hun hun leven. En niet dat ze een deel van de opbrengst voor zichzelf wilden houden.

Geven is investeren in je toekomst
Geven levert een opbrengst op die als een tegoed op onze (hemelse) rekening aangroeit. Geven is een welriekend, aangenaam, Gode welgevallig offer (Fil. 4:15-18).
Wie aan de arme geeft, leent aan de Heer (Spr. 19:17).
Als je geeft, zegent God je (2 Kron. 31:10; Mal. 3:10).
Vergeet de mededeelzaamheid niet, want in zo’n offer heeft God een welgevallen (Hebr. 13:16).
Span je in en werk, opdat je iets kunt uitdelen aan de armen (Ef. 4:28).
We moeten vrijgevig en mededeelzaam zijn. Dat geeft ons leven een vaste grondslag voor de toekomst (1 Tim. 6:18).
God heeft de blijmoedige gever lief! (2 Kor. 9:7).

Conclusie
Een wedergeboren christen is een zoon van God. Hij is dus vrijgesteld van de verplichting om tienden te betalen. En wie heeft het recht om hem opnieuw een slavenjuk op te leggen door hem te verplichten z’n tienden te betalen?
Liefde geeft vrijwillig en blijmoedig en niet met tegenzin of gedwongen. Liefde geeft alles. De wet eist, liefde geeft!
De staatsburgers van Israël moesten tienden betalen. De zonen en dochters van God geven alles (op) en volgen Jezus!

Jenny Goeree Manschot




© 2008


Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2017 Alle rechten voorbehouden