Help de kerken slopen!

‘Want die god van mij is warm en levend … en … hij is homoseksueel …’ triomferend slingert hij met zijn krachtige stem deze woorden uit zijn lied ‘Die van mij’ de studio in.
Nauwelijks zijn de laatste woorden vervlogen, of er breekt een daverend applaus los. Alle televisiecamera’s zijn op hem gericht. Er worden bloemen gebracht. Handtekeningenjagers proberen zich een weg door de mensenmenigte te banen naar het podium, waarop de ster van de avond stralend het applaus in ontvangst neemt.
De waardering en de sympathie van de mensen doen Bob Beverman een ogenblik boven het aardse bestaan uitstijgen. Hij voelt zich opgetild door het warme hart dat zijn publiek hem toedraagt.
Het zijn luttele momenten, want dan … valt het doek. Het applaus verstomt … De studio loopt leeg. Er proberen nog wel mensen achter de coulissen te komen, maar het is maar een enkeling vergund om daarachter een kijkje te nemen …
Als ie wat later alleen naar z’n auto op het parkeerterrein van de NOS-studio’s loopt, voelt ie zich ineens heel eenzaam. ’t Is net alsof ie zo uit hogere sferen in een gat terugvalt …
Hij stapt in z’n auto en rijdt langzaam weg.
Daar zit je dan in je eentje, Bob, denkt ie. Hij voelt het dubbel nu, want de relatie met z’n vriend is zo goed als voorbij. Er is wel weer een aarzelend begin van een nieuwe relatie, maar die is nog niet hecht genoeg om er z’n eenzaamheid mee te delen na zo’n optreden.
In ieder geval is z’n lied goed aangeslagen bij de mensen. Ik zal mijn homoseksuele god prediken dwars tegen de zedenpreken van de kerken in, denkt ie. Heeft de EO ook weer wat om zich kapot aan te ergeren. Moeten ze maar niet zo vroom doen met z’n allen. Ze moesten eigenlijk al die kerken slopen. Er zijn er veel te veel.
Als ik op een treurige dag in m’n leven toch nog eens naar de kerk zou willen gaan, zou ik bij god niet weten welke ik zou moeten kiezen.
Vroeger thuis gingen ze naar de hervormde gereformeerde bondskerk. Z’n moeder zei altijd: ‘Bob, m’n jongen, je moet de Heere vrezen. (Heere met twee e’s), denk erom, Hij ziet alles!’ Maar ze vertelde ‘m ook prachtige verhalen toen ie klein was. Van David die de grote reus Goliath doodde met een klein steentje uit z’n herderstas.En van Jona die door een grote vis werd ingeslikt die hem later weer op het strand uitspuwde.
En dan de verhalen over Jezus die de melaatsen genas en de lammen liet lopen en die de doden weer tot leven riep.
Lazarus lag al vier dagen in het graf. Toen liet Jezus het graf openmaken en Hij riep: ‘Lazarus kom eruit!’ En daar kwam Lazarus, springlevend!
Soms denkt ie heimelijk nog wel eens aan die dingen terug. Bijvoorbeeld toen een intieme vriend van ‘m aids had en op sterven lag. Toen dacht ie, als Jezus er nu eens was en hem genas … of … als ie overleden zou zijn en begraven, dat Jezus hem dan weer uit z’n graf zou roepen en dat ie er dan kerngezond uitkwam …
Hij schaamt zich bijna dat ie zo kinderlijk dacht … Nou ja, niemand weet het gelukkig.

Een homoseksuele god
Wat hebben de kerken eigenlijk een zeikerige god van ‘m gemaakt. Je mag niet fietsen op zondag. Je mag niet zus, je mag niet zo. De jonge vrouwen moeten net als de oudere een omahoed op hebben als ze naar de kerk gaan. En … als je dan al die begrafenisgezichten in de kerk ziet zondags …
Nee, hij predikt niet de gereformeerde bondsgod die ze hem in z’n jeugd hebben opgedrongen. Hij heeft z’n eigen god geschapen, naar zijn eigen beeld … een homoseksuele god.
’t Is net of een stem in hem schamper zegt: Ja jouw god is warm en levend, maar hij laat je nu toch lekker in de kou zitten in je eentje. Je kunt natuurlijk wel heel makkelijk wat zingen, maar het waarmaken is een andere zaak.
Jouw warme, levende god heeft ook je vriend dood laten gaan, Bob Beverman, en velen van je andere homoseksuele vrienden laat hij ook kapotgaan aan aids, terwijl ze hem toch dienen met hun homoseksualiteit.
Je zegt wel dat die god van jou niet wreed is … de wreedheid schuif je in de schoenen van de God van de bijbel, omdat er evangelisten zijn die zeggen dat aids een straf van God is voor het bedrijven van homoseksualiteit.
Bob, wees eerlijk tegenover jezelf: De God van de bijbel straft degenen die iets doen wat Hij niet wil. Maar jouw god straft, of liever gezegd, jouw god laat z’n eigen dienaren creperen aan het dienen van hem.
Het begint te regenen. Bob zet de ruitenwissers aan. Tjongejonge, wat is ie zwaarmoedig vanavond. Soms is ie zelf ook bang dat ie aids heeft. Ja, dan heeft ie ook helemaal niks aan de god die hij bezingt.
Hij oogst veel roem en eer op een avond als deze, als hij staat in de wereld van glamour en glitter. Maar als de lampen uitgaan, is de glitter verdwenen … dan ben je alleen … dan ga je alleen de weg naar huis.
En dan ga je denken. Dan ben je niet meer de flinke jongen die in de schijnwerpers stond. Dan ben je plotseling een doodgewoon mens die zich eenzaam voelt en alleen. Die bang is voor de dood, die bang is voor aids … dat ie ‘t heeft of dat ie ’t krijgt. En natuurlijk word je dan razend als iemand zegt dat aids eens straf van God is voor homofilie.
Maar goed, je kunt nog zo razend worden, je kunt nog zo stoer daar staan te zingen, de angst blijft. De angst voor de dood, de angst voor na de dood. Wat komt er dan?
Z’n moeder heeft hem ook verteld van de rijke man en de arme Lazarus. De rijke man leidde een heerlijk, vrij, luxueus leventje en hij bekommerde zich niet om de arme Lazarus.
Ze stierven allebei. De arme Lazarus ging naar de hemel en de rijke man naar de hel. Vanuit de hel keek hij in de hemel en zag de arme Lazarus zitten bij Abraham. Maar hoe hij ook riep tot Abraham en Lazarus … het was voor hem te laat! Er was geen terugkeer mogelijk.
Hè, het zweet breekt hem uit. Soms is ie hartstikke nonchalant, Dan neemt ie geen voorzorgsmaatregelen … En zo ineens, net als vanavond, vliegt de angst hem aan: Als je ’t maar niet hebt, Bob!
Hij hoort zichzelf zingen, krachtig en overtuigend: ‘Maar die god van mij is warm en levend …’
Daartussendoor hoort hij dat blije, blonde meisje weer zeggen: ‘Bob, jij hebt Jezus nodig. Hij wil je leven veranderen. Begin toch een nieuw leven vóór het te laat is …’
Hij probeert de stoere Bob die voor z’n publiek staat, na te doen en zegt hardop met een overtuigende stem: ‘Ach Bobbie, je weet toch dat die mooie verhalen van je moeder lariekoek zijn en … dat blonde meisje dat was gewoon een goedgelovig slachtoffer van een of andere sekte …‘
Het is al laat als hij die nacht in bed stapt.

De kerkenkermis
Hij droomt dat hij in het volle licht van de televisiecamera’s staat. Er breekt een overweldigend applaus los. Hij staat daar op het platform als een gevierd man voor de ogen van miljoenen Nederlanders …
Als ie een tijdje later het grote televisiegebouw wil verlaten, staat er bij de deur een man op hem te wachten. Hij stelt zich voor als: Ded Ood!
‘Bob Beverman’, zegt hij, ‘dit is je laatste kans. Kies een kerk, anders vergaat het je als de rijke man. Ik heb een oproep voor je van het Opperste Gerechtshof in de hemel. Daar wordt beslist waar je de eeuwigheid doorbrengt …’
‘Hoe … hoe … bedoelt u?’ stamelt Bob.
‘Nou gewoon, of je naar de hemel gaat of naar de hel. Dus ga een kerk uitkiezen die …’
‘Wat moet ik in een kerk?’
‘Heb je het nu nog niet door? Je moet voor God verschijnen. Ik kan je maar één advies geven: Ga een kerk opzoeken! Dan heb je nog een kans om te overleven. Je staat al met één been in het graf, Bob Beverman, al weet je dat zelf nog niet’.
Bob wordt krijtwit. Aids! flitst het door hem heen.
‘Ik breng je naar het kerkenpark’, zegt Ded Ood. ‘De rest moet je zelf doen’.
De angst knijpt Bob z’n keel dicht. Z’n benen trillen. Hij wil onderweg op een muurtje gaan zitten, maar hij wordt meteen hardhandig beetgepakt. ‘Doorlopen! Er is geen tijd om bij de pakken neer te gaan zitten’.
Ze lopen een tijdlang zwijgend naast elkaar. Eindelijk komen ze bij een hek waarboven in knalrode letters staat: ‘Kerkenpark van Nederland’.
‘Kijk, hier moet je in’. Ded Ood duwt Bob het hek door en verdwijnt.
Bob loopt alleen verder. Hij gaat een straat door die uitkomt op een grillig gevormd plein. Er staan een paar kolossale wegwijzers. Op de grote armen staan ze in vele kleuren te lezen … al die namen … van al die kerken en groeperingen … Ze doen allemaal verschrikkelijk hun best om de meeste wervingskracht van zich te laten uitgaan.
Moet ik … moet ik … in deze doolhof van denominaties een kerk uitzoeken? …
Wat een namen!

Nederlands Hervormde Kerk, Nederlands Hervormde Kerk Gereformeerde Bond, Nederlands Gereformeerde Kerk, Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Christelijk Gereformeerde Kerk, Oud-Gereformeerde Kerk, Gereformeerde Gemeente, Gereformeerde Kerk, Rooms-Katholieke Kerk, Pinkstergemeente, Evangelische Gemeente, Vrij-Evangelische Gemeente, Volle Evangeliegemeente, Volle Evangelisatiesamenkomst, Vrije Evangelisatie, Volle Evangeliegemeente De Deur, Evangeliegemeente De Waarheid, Evangelische Gemeente De Echte Waarheid, Zevende-dags Adventisten, Jehova’s Getuigen, Remonstrantse Gemeente, Nederlandse Protestantenbond, Het Apostolisch Genootschap, Nieuw-Apostolische Kerk, Gemeenschap van Messiasbelijdende Joden, Vrije Baptistengemeente, Unie Baptistengemeente, Doopsgezinde Gemeente, Evangelisch-Lutherse Gemeente, Lutherse Kerk, Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, Vergadering der Gelovigen, Noorse Broeders, Leger des Heils, Youth for Christ en… en …

Hij gaat één van de straten in. Aan het eind hangt een bordje met een pijl: Eigenzinnig Misvormde Kerk, en daaronder: Bijbels Pretpark.
Hij loopt langzaam verder. De ene straat na de andere gaat hij door. Overal staan borden met pijlen en namen van kerken en groeperingen. Al die kerken schreeuwen in felle kleuren hun eigen naam uit. Ze pretenderen allemaal de waarheid te hebben, de waarheid over God.
Het lijkt wel of ik hier op de kerkenkermis ben, denkt hij.
Ik loop met de dood op m’n hielen en ik kan de kerk niet vinden die me kan redden … Hij hoort zichzelf spottend zingen ‘Jezus redt’ in dat liedje over z’n afgeknipte haren.
Vanuit een zijstraat komt plotseling het blonde meisje aanlopen: ‘Bob, jongen, jij hebt Jezus nodig!’ Ze kijkt hem aan met een paar grote blauwe ogen. Maar Bob onttrekt zich aan haar blik en loopt verder zonder een woord te zeggen.

Het helse geluid van een verscheurde kerk
Bij de christelijk gereformeerde kerk hoort hij opeens een stem naast zich: ‘Hallo! Ik ben Frank. Zoek je iets? Kan ik je misschíen helpen?’
‘Ja, ik … eh … zoek … eh … hoe moet ik het zeggen … een … eh … goeie kerk …’
‘Nou, dan ga je toch mee naar mijn kerk!’
‘Jouw kerk?’
‘Ja, ik ga naar de evangelische gemeente “De Regenboog”’.
‘Waarom juist daarheen, Frank?’
‘Nou gewoon … het is de beste kerk’.
‘De beste kerk? Dat zegt iedereen van z’n eigen kerk. ’t Is hier voor mij een waanzinnige doolhof’.
Hier en daar begint een torenklok te luiden. De straten vullen zich met mensen die allemaal naar hun eigen kerk gaan.
‘Weet je, Frank’, zegt Bob, ‘ik ben hartstikke bang dat ik aids heb. Ik loop op deze kerkenkermis, maar ik weet niet waar ik het moet zoeken …’
En dan zijn de straten weer leeg. De kerken hebben de mensenmenigte opgeslokt. … Een torenklok laat tien harde slagen horen … Heel even is het doodstil alsof het kerkenpark z’n adem inhoudt …
Vlakbij begint een orgel te spelen, en iets verderop nog één … en nog één … en nog één … Bob raakt de tel kwijt … de orgeltonen zwellen aan en mengen zich tot een massaal disharmonieus en chaotisch orgelkoor … Ze spelen allemaal hun eigen lied … zonder zich iets van elkaar aan te trekken …
Het is Bob alsof z’n trommelvliezen zullen bezwijken onder de druk van dit helse geluid van een verscheurde, verdeelde kerk.
‘Frank, wat een afgrijselijke muziek’, kreunt Bob met z’n vingers in z’n oren.
Maar Frank is doof voor het door elkaar heen spelende orgelorkest. Hij is blind voor die doolhof van kerken. Hij weet de weg, de weg naar zijn kerk. Hij hoort alleen maar de klanken van het elektronisch orgel van zijn eigen kerk.
‘Afgrijselijke muziek?’zegt Frank verbaasd. ‘Kom op, we zijn te laat!’ Hij trekt Bob mee.
Bij ‘De Regenboog’ staat hij stil. ‘Kijk, dit is mijn kerk!’
Terwijl Bob als vanzelfsprekend naast Frank naar binnen stapt, verstomt het afschuwelijke orgelorkest … de dikke geluiddempende muren onttrekken het aan z’n oren … De tonen van het elektronisch orgel van ‘De Regenboog’ doen hem nu vredig aan, alsof er geen andere orgels meer bestaan daarbuiten … alsof ‘De Regenboog’ de enige kerk is in Nederland …
Hij wordt wakker. De zon schijnt in z’n kamer. Hij heeft even tijd nodig om tot de werkelijkheid terug te keren … Die droom was zo reëel …
Hij kan er zich de daarop volgende dagen niet meer aan onttrekken. Die droom blijft hem obsederen. Alleen als hij staat te zingen, verbleekt de droom. Dan is er maar één werkelijkheid: De glitter en de glamour. Maar zodra het applaus is weggeëbd, is de droom er weer. Telkens als hij na een optreden het gebouw wil verlaten, is hij bang dat er bij de deur iemand hem staat op te wachten … Zijn angst voor aids groeit …

De Regenboog
Hij besluit de eerstkomende zondagmorgen vermomd naar een of andere kerkdienst te gaan. Hij denkt aan het confessionele dorp waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht en … de regenboog is toch het teken van hoop … Daar eindigde ook zijn droom … in ‘De Regenboog’ …
Die zondagmorgen is hij volledig onherkenbaar. Hij is één van de vele kerkgangers die zich door het dorp voortbewegen … Ze zijn allemaal op weg naar hun eigen kerk. De meeste vrouwen en meisjes hebben het hoofd gedekt met een hoed. Zedig en met een strak gezicht gaan de mensen ter kerke.
Bob krijgt het er benauwd van. Hij haat dit beeld al vanaf z’n jeugd. Hij haat al die kerken om hun vrome, zwijmelende, schijnheilige gedoe.
Hij heeft even de neiging om terug te gaan. Maar hij doet het niet. Hij ziet het gezicht van Ded Ood voor zich. Het maakt hem bang.
Onopvallend schuifelt hij het gebouw van ‘De Regenboog’ binnen. Hij zoekt een plaatsje midden in de al behoorlijk gevulde zaal. Sommige mensen kijken nieuwsgierig naar hem: Een nieuwe! Toch spreekt niemand hem aan.
Na de samenzang komt de voorganger op het podium: ‘Het is geweldig om zo als gemeente “De Regenboog” op zondagmorgen bijeen te zijn en samen God te loven en te prijzen’, zegt hij zelfgenoegzaam. Maar voordat hij gaat preken, heeft hij eerst nog wat mededelingen.
Een broeder moest van de week hals over kop naar het ziekenhuis vanwege een hartinfarct. En zuster Wijnands hoorde deze week dat ze kanker heeft in een ver gevorderd stadium. Maar met zuster De Bruin gaat het na een chemokuur gelukkig weer wat beter. Janneke Barends is minder depressief sinds zij in de Van Halsema-kliniek is opgenomen. En … het zoontje van broeder en zuster Petersen mag waarschijnlijk komende week naar huis … maar hij zal na het ernstige auto-ongeluk z’n leven lang zwaar gehandicapt blijven. De medici hebben voor z’n leven gevochten … maar voor de rest staan ze machteloos.
Bob krijgt er koude rillingen van. Ze hebben hier geen aids. Nee natuurlijk niet! Daar zijn ze veel te kuis voor. Maar ze hebben wel kanker en allerlei andere vreselijke dingen. Afschuwelijk toch zo’n kind dat z’n leven lang …
Hij denkt er een moment over om op te staan en heel hard te vloeken, maar hij bedenkt zich. Nee, hij moet zich hier niet gedragen als Bob Beverman. Daar komt ie geen stap verder mee. God, als u er dan echt bent, waarom merken we dan niks van u?
De preek van die ochtend gaat grotendeels langs Bob heen. Het spreekt hem niet aan wat die man allemaal staat te vertellen. Nee, dan kon z’n moeder het toch stukken beter. Als die uit de bijbel vertelde dan ging het voor je leven … Dan zág je het gebeuren …
Hij schrikt bijna als plotseling het elektronisch orgel weer begint te spelen. Men zingt nog een lied met elkaar, er wordt nog gebeden en dan … is er koffie.
Iedereen staat op. Een oudere dame vraagt aan Bob: ‘Hoe vond u het, meneer?’
Bob antwoordt haar met ingehouden woede: ‘Ik wil wel eens met die dominee praten’.
De dame kijkt wat teleurgesteld. Ze had het kennelijk liever zelf afgehandeld. Maar ze is toch meteen bereid om Bob bij de voorganger te brengen. De voorganger geeft hem een hand en Bob stelt zich voor als Henk van Schuppen. Hij wordt meegeloodst naar een klein kamertje. De voorganger voelt aan: Dit gesprek kan ik beter buiten de mensenmenigte voeren.
‘Dominee, ik wil u een vraag stellen’, steekt Bob van wal, ‘waarom is er zoveel ziekte, dood en verderf op de wereld? Al die gehandicapte en depressieve mensen en al …’
‘Dat zal ik je vertellen, Henk’, de Regenboogvoorganger gaat er eens gemakkelijk voor zitten, ‘dat komt omdat de mens liever zijn eigen zin doet dan God gehoorzamen.
Kijk Henk, God krijgt vaak de schuld, maar het ligt aan de mens. De mens is eigenwijs. Hij vlakt de normen en waarden die God in de bijbel geeft uit en vult zelf in wat goed is en wat niet. De mens van vandaag is zeer tolerant tegenover de zonde …’
‘Jawel, dat lijkt een heel aannemelijk antwoord, dominee, maar jullie hebben ’t ook en jullie zeggen dat jullie God wel dienen …’
‘Wat bedoel je, Henk, jullie hebben ’t ook?’
‘Ik bedoel, dominee, bij jullie zijn ook zieken en gehandicapten en mensen die depressief zijn, dan … dan … is het dus eigenlijk een leugen dat jullie God dienen … dan ben ik hier dus aan het verkeerde adres, want zo’n … zo’n God hoef ik niet … Als dat de God is van die kerkenkermis dan hoef ik niet verder meer te zoeken … dan kan ik beter …’
‘De ker … kerkenkermis … wat … wat is dat?’stamelt de Regenboogvoorganger.
‘Daar heb ik over gedroomd, dominee! Het griezelige is dat die droom zo reëel was. Ik droomde dat ik een televisiester was en …’
Terwijl Bob vertelt, indringend en gedetailleerd, bekruipt de Regenboogvoorganger een steeds onbehaaglijker gevoel …

Godsverduistering
Hij voelt zich geestelijk in z’n hemd staan. Het is hem alsof hem door de mond van Henk van Schuppen eens even flink gezegd wordt wat een huichelaar hij eigenlijk is.
Een stem in hem zegt: Nu val je door de mand, Hans Hoogman! Je bent ontmaskerd! Jij die denkt dat je een man van God bent! Jij die je juist lekker in je vel voelde als Regenboogvoorganger! Je woont in een riant huis, je hebt een goed salaris, de mensen mogen je en behandelen je met respect. Je hebt het mooi voor elkaar …
Enige jaren geleden heb je jezelf in het zadel geholpen door in één van de diverse evangelische gemeenten in een naburige plaats een scheuring te bewerken. Je was oudste in de gemeente ‘Menorah’ en toen er meningsverschillen ontstonden, ben je opgestaan en heb je stelling genomen tegen de Menorahvoorganger. Je hebt getracht zoveel mogelijk mensen achter je te krijgen en toen het hoog opliep, heb je voorgesteld om elders samenkomsten te houden. Je zei: ’Wij noemen ons voortaan “De Kandelaar”, want wij hebben gelijk. Wij zijn de gemeente die het ware licht verspreidt. Er ligt een bedekking op de Menorahgemeente. Dat is ook aan hun oudtestamentische naam te zien’.
Niet zo heel lang daarna ben je hier in ‘De Regenboog’ voorganger geworden. Je was wat in je sas toen het je aangeboden werd. Je dacht maar één ding: ‘De Regenboog’ is veel groter dan mijn Kandelaargemeente. Je begeerte naar macht deed je ‘ja’ zeggen. Het ging niet om Jezus, de schapen van zijn kudde gingen je niet ter harte, het draaide allemaal om jou, Hans Hoogman!
Jullie voorgangers hebben de kerk van Jezus Christus verscheurd met jullie leerstellingen en behoefte aan macht. In plaats dat jullie de mensen Jezus hebben laten zien, hebben jullie voor een Godsverduistering op de wereld gezorgd … Het resultaat is duidelijk zichtbaar in je gemeente, Hans Hoogman! Er is veel ziekte en er zijn nogal wat sterfgevallen geweest. Henk van Schuppen heeft gelijk: ‘Het is dus eigenlijk een leugen dat jullie God dienen’.
Ja inderdaad, we hebben er met z’n allen een kerkenkermis van gemaakt, denkt de Regenboogvoorganger, terwijl het schaamrood hem naar de kaken stijgt.
Het is geen reclame voor het hoofd van de kerk, Jezus Christus. Hij bad vlak voor zijn kruisdood: Vader, Ik bid u dat zij allen één zijn zoals wij één zijn, opdat de wereld erkennen zal dat u mij gezonden hebt om de mensheid te verlossen van haar schuld.
Daarom zijn er in mijn gemeente zoveel zieken en doden, omdat wij het lichaam van Jezus niet onderscheiden. Wij dominees en voorgangers hebben de kerk in stukken gedeeld en ons elk een deel toegeëigend en we hebben naar eigen believen mensen toegelaten en buitengesloten. Wij hebben de heerschappij die God toekomt naar onszelf toegetrokken …
Bob Beverman is inmiddels aan het einde van z’n verhaal gekomen. ‘Dominee, omdat die droom mij niet meer losliet en omdat ik overal geschaduwd word door de dood, daarom was ik vanmorgen hier. Ik weet genoeg. ‘k Zit hier in de verkeerde kerk. Jullie hebben er een kelerezooi van gemaakt. Ik heb uw raad niet meer nodig. U mag uw God houden’.
Bob Beverman staat op en voordat de Regenboogvoorganger iets weet te zeggen, is hij verdwenen …
De voorganger doet de deur op slot en knielt neer: ‘Jezus wees mij zondaar genadig! Ik heb mij vergrepen aan uw lichaam! Ik heb een oordeel gehaald over mijn gemeente die mijn gemeente niet is, want zij is van u, Jezus! U hebt haar gekocht en betaald met uw bloed, met uw eigen leven. Maar Heer, ik heb bezit genomen van deze gemeente. Ziekte, depressiviteit en dood zijn het gevolg.
Jarenlang heb ik het avondmaal bediend, maar daarbij uw lichaam niet onderscheiden. Ik heb samen met mijn oudsten en gemeenteleden van het brood gegeten en uit de beker gedronken, maar ik heb niet beseft dat uw lichaam gekruisigd is en uw bloed is vergoten voor vele mensen en dat zij allemaal samen uw lichaam vormen.
Wij hebben niet het recht om dat lichaam te verminken door het op te splitsen of door mensen buiten te sluiten omdat ons dat beter uitkomt.
Jezus, vergeef mij mijn grote misdaad tegenover u en uw lichaam …’
Die middag zit de Regenboogvoorganger nog lang na te denken. Iedere keer hoort hij de stem van Henk van Schuppen zeggen: ‘Jullie hebben er een kelerezooi van gemaakt. U mag uw God houden!’
Hij moet ook denken aan het vijfjarige jongetje van de familie Petersen dat voor z’n hele leven zwaar gehandicapt is door een foute manoeuvre van een automobilist … Hij heeft de opstandige, wanhopige, in God teleurgestelde ouders tot bedaren proberen te brengen met de huichelachtige woorden: God heeft er zijn bedoeling mee. Hij weet veel beter wat goed voor ons is dan wijzelf. Heus, God heeft het beste met jullie voor …
Nee … Petrus zou zoiets niet gezegd hebben. Hij zou gehandeld hebben: In de naam van Jezus, sta op en loop! In de handelingentijd was de kerk één van hart en ziel. Er was niemand die zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom beschouwde, zij hadden alles gemeenschappelijk en niemand leed gebrek. En er gebeurden grote wonderen en tekenen door de handen van Petrus en de andere apostelen.
Toen er later veel verschil van mening ontstond over het wel of niet moeten houden van de wet van Mozes, kwam er geen kerkscheuring, maar de zaak werd opgelost.

Het is mijn schuld
De week daarop is het overvol in het Regenbooggebouw. Alle vertrekken zijn gevuld met mensen. Zij staan tot in de omliggende straten. Zeer velen zijn gekomen op de oproep van de Regenboogvoorganger.
Onder hen bevindt zich Bob Beverman. Ook hij heeft in de kranten de bijzondere oproep van Hans Hoogman gelezen. Zijn nieuwsgierigheid – de uitwerking van z’n verhaal op de Regenboogvoorganger is hem geenszins ontgaan – en de nog steeds aanwezige angst voor Ded Ood deden hem gaan.
Buiten het Regenbooggebouw zijn in allerijl luidsprekers neergezet, opdat iedereen de boodschap kan horen. Zacht en meeslepend speelt het elektronisch orgel samen met de Regenboogmuziekgroep enkele liederen. Loodzwaar hangt de spanning tussen de mensen: Wat gaat er gebeuren? …
Maar dan komt de Regenboogvoorganger het podium op. Het is hem aan te zien dat hij een zware week achter de rug heeft. Toch is hij opmerkelijk kalm en uit z’n ogen straalt een warmte, een liefde, die er voorheen niet in lag. Men kan een speld horen vallen in die enkele seconden dat hij daar zwijgend staat, terwijl zijn blik over de aanwezigen glijdt …
‘Voorgangers en dominees, broeders en zusters, allen die hier aanwezig zijn, ik heb u vanmorgen iets te zeggen: Ik ben niet meer de zelfgenoegzame, op eer en macht gestelde voorganger die u hier een week geleden op het platform zag staan. Ik ben niet meer de voorganger die een eigen gemeente wil hebben.
God heeft mij in één keer mijn oogkleppen afgerukt, zodat ik zag waar ik mee bezig was. Ik heb jarenlang gezondigd tegen het lichaam en het bloed van Jezus. Ik heb eigenhandig het mes gezet in zijn lichaam. Ik heb er een deel afgesneden en het mij toegeëigend en ik gaf het de naam “De Kandelaar”. Later heb ik dat deel weer ingeruild voor een nog groter deel. Het droeg de naam “De Regenboog”.
Voor de schijn predikte ik het leven, maar in werkelijkheid zaaide ik dood en verderf. Want het is niet de wil van God dat er zoveel zieken en sterfgevallen zijn in “De Regenboog”. Het is mijn schuld. Ik ben u, Regenbogers, voorgegaan in het verkeerde. Ik heb niet alleen zelf gezondigd, maar ik heb ook u laten zondigen.
Toen ik inzag wat een vuile huichelaar ik was, heb ik God gesmeekt om vergeving …en … ik wil ook u vragen mij te vergeven wat ik u heb aangedaan …
Ik geef vandaag mijn gemeente in het openbaar terug aan Jezus … Hij is de rechtmatige eigenaar. Hij heeft de leden hoofd voor hoofd gekocht en betaald met zijn bloed.

In het hart van de wereld
Mensen, er heeft in de wereld een kruis gestaan! Het heeft niet in de hervormde kerk gestaan of in één van de gereformeerde kerken. Het heeft ook niet in “De Regenboog” gestaan of in de Kandelaargemeente … Het heeft in Jeruzalem gestaan. Het stond in het hart van de wereld. En niet de voorzitter van de hervormde synode of een dominee van de christelijk gereformeerde kerk of een pinkstervoorganger heeft eraan gehangen … Jezus Christus, de Zoon van God, is eraan genageld! Grote spijkers doorboorden zijn handen en voeten. Het bloed vloeide uit zijn wonden. Alle mensen hadden Hem in de steek gelaten. Niemand stond naast Hem om Hem ook maar een blijk van medeleven of troost te geven. Integendeel! Hij werd door de omstanders gehoond en bespot.
Zelfs zijn Vader in de hemel had Hem verlaten, omdat alle zonden van alle mensen uit alle tijden op Jezus waren gelegd. Hij was zo vies en vuil van de zonde van u en mij dat God zich van Hem terugtrok.
Daar op de heuvel Golgotha net buiten de bebouwde kom van Jeruzalem – de meest omstreden stad ter wereld – werd op een ruw stuk hout het offer gebracht om de zonde van de mensen te verzoenen. Er werd een onschuldige veroordeeld om de schuld van vele schuldigen te voldoen. En Hij, de Zoon van God, aanvaardde het en volbracht het uit liefde voor de mens, uit liefde voor … u … uit liefde voor … Henk van Schuppen … uit liefde … zelfs voor mij … Ik had daar horen te hangen en u en iedereen. Geen mens is zonder zonde. We hebben allemaal gezondigd en we verdienen allemaal de doodstraf. Maar God heeft ons doodvonnis aan Jezus voltrokken.
De mens hoeft maar één ding te doen, dat is: Dit aanvaarden. Hij mag zijn oude, slechte leven inruilen bij Jezus voor een nieuw leven. Als een mens Jezus aanneemt, wordt hij door zijn bloed gereinigd van z’n zonde die hem in de weg stond om tot God te gaan. En God wordt zijn Vader. Jezus is Gods antwoord aan de wereld!
Ik wil Henk van Schuppen vragen: Zou je een keuze voor Jezus willen maken? Niet voor een kerk of een groepering, maar voor Jezus? Vandaag is het jouw kans! Begin een nieuw leven vóór het te laat is! Je bent aan het einde gekomen van je zoektocht. Je staat voor de keuze tussen leven en dood. Ben je bereid je oude, slechte leven op te geven en een nieuw leven te beginnen met Jezus? Zou je me daarop willen antwoorden, Henk van Schuppen?’
Het zweet breekt Bob Beverman uit. Hij is bang voor de blik van die dominee. Het is net alsof God hem daardoor aankijkt … Ben je bereid je oude leven op te geven? … Nee! Dat is hij niet! Dát kan hij niet. Dát wil hij niet. Nee! … Nee!
Hij staat haastig op en dringt zich door de mensenmenigte heen naar buiten …
‘Mensen, het ligt niet aan God als iemand verloren gaat’, gaat de Regenboogvoorganger verder, ‘de mens kiest zelf …

Dan zal de kerk Gods liefde uitstralen
Voorgangers en dominees, u die de bijbel kent en de waarde van het bloed van Jezus, u die diep in uw hart weet dat de verdeeldheid in de gemeente van Jezus Christus tegen de wil van God ingaat … ik roep u op om mijn voorbeeld te volgen en uw gemeente terug te geven aan Jezus.
Het zal u – net als mij – alles kosten: Uw macht, uw eer, uw leerstellingen, uw image en … misschien wel uw bezittingen …
En … ook hierin wil ik eerlijk zijn. Ik heb me verrijkt aan het evangelie. Maar ik zal alles teruggeven aan Jezus, mijn huis, mijn overvloed, het saldo van mijn bankrekening … Ik ben tevreden als ik met mijn gezin onderdak, kleding en voedsel heb …
Dominees en voorgangers, broeders en zusters, ik roep u op tot eenheid!
Hoe moet dat? zult u zeggen, Moeten we met z’n allen katholiek worden of
hervormd of oud-gereformeerd? Of moeten we toetreden tot de pinkstergemeente of tot één van de evangelische gemeenten?
Nee! We moeten ons bekeren tot de Heer van de kerk. Dan zijn we allen één in de naam van Jezus. Het is de enige naam waardoor wij behouden kunnen worden.
Dominees en voorgangers, broeders en zusters, breek uw eigen kerk af en maak plaats voor de kerk van God! Sloop al die kerken die de mensen in de weg staan om tot geloof te komen. Doe mee aan de grootste kerkensloop uit de geschiedenis en bouw aan de gemeente van Jezus! Dat is de plaats waar u thuishoort als u reingewassen bent met zijn bloed.
Echte eenheid bereiken we alleen als we met elkaar op de knieën gaan. Aan de conferentietafel lukt dat niet. We zullen de Heilige Geest aan het werk moeten laten in plaats dat we zelf de dienst uitmaken … en we moeten elkaar aanvaarden zoals Jezus ons aanvaard heeft.
Dan zijn we één in de naam van Jezus. Dan zal zijn kerk de liefde van God uitstralen in de wereld en … de zieken zullen genezen, de depressieven herstellen, de lammen gaan lopen, de blinden gaan zien en de doven gaan horen …
Help de kerken slopen en laat u inlijven in het lichaam van Jezus! Er is één lichaam en één Geest, één Heer, één geloof en één doop!’

Er is maar één naam waardoor de mens behouden kan worden: Jezus!

Jenny Goeree Manschot




Evan nr. 27 © 1992


Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2017 Alle rechten voorbehouden