Jona in de vis

Jona leefde in het Midden-Oosten. Hij was een profeet van de allerhoogste God. God vertelde hem zijn plannen. En hij moest deze aan de mensen bekend maken.

Hij gaat op de vlucht
Op een dag stuurt God Jona naar Nineve. Nineve was een grote stad die lag aan de Tigris op het huidige grondgebied van Irak. De zonden en de slechte daden van de mensen in Nineve hebben zich zo hoog opgestapeld dat ze de hemel bereiken tot voor het aangezicht van God. Daarom besluit God de stad te vernietigen.
Jona moet dit gaan vertellen. Maar Jona wil niet. Hij gaat op de vlucht. Weg van het aangezicht van God. Hij mag meevaren op een vrachtschip dat naar Tarsis gaat. Dat ligt precies in de tegenovergestelde richting van Nineve. Jona gaat naar het scheepsruim en valt in een diepe slaap.

Jona, wat heb je gedaan?
Er steekt een hevige storm op. Het schip dreigt te worden stukgelagen op de golven. De zeelui werken zo hard als ze kunnen om het te behouden. In grote angst roepen ze allemaal tot hun eigen god, maar het helpt niets. De zee gaat steeds harder tekeer. Ook Jona’s leven is in gevaar, maar hij slaapt rustig door.
Dan vindt de kapitein hem. Hij maakt hem wakker. Jona wordt met het noodweer geconfronteerd, maar hij raakt er niet door van zijn stuk. Hij verstaat de taal van deze storm. De storm brengt hem een boodschap van God: Hó, Jona! Je gaat de verkeerde kant op!
De zeelui werpen het lot om erachter te komen wie de schuldige is van het onheil. Het lot wijst Jona aan. Ze roepen hem ter verantwoording. ‘Jona, wie ben je en wat heb je gedaan?’ Ze weten alleen dat hij op de vlucht is voor zijn God. Dat heeft hij hun verteld.
Jona antwoordt: ‘Ik ben een Israëliet en ik dien de Heer, de God van de hemel, die de zee en het droge gemaakt heeft.’ De mannen worden nog banger en vragen Jona: ‘Wat moeten we met je doen, opdat de storm ophoudt?’ ‘Gooi me maar overboord dan zal de zee weer kalm worden’, zegt Jona.

Een grote vis slokt Jona op
De storm blijft in kracht toenemen en de zee wordt steeds onstuimiger. Ten einde raad gooit de bemanning Jona in zee. Op hetzelfde moment gaat de wind liggen. De mannen ervaren hoe machtig de God van Jona is en bekeren zich tot Hem … en Jona zakt naar de diepte van de zee …
Terwijl hij naar beneden zinkt, richt hij zijn blik omhoog tot God in de hemel. Hij staat oog in oog met de dood, maar Jona roept tot de God van het leven. En God stuurt een grote vis die Jona opslokt.
Door zich in het water te laten gooien, werpt Jona zich in geloof in de armen van God voor wie hij op de vlucht is. Hij geeft zich over en de storm zwijgt. Jona heeft de stem van God verstaan en is letterlijk van zijn dwaalweg teruggekeerd. Drie dagen en drie nachten zit hij in de buik van de vis. De vis is speciaal aangepast voor het verblijf van Jona. Jona wanhoopt niet. Hij klaagt niet. Hij heeft geloof. Geloof in de almachtige God, de schepper van hemel en aarde.
In de buik van het schip sliep Jona. In de buik van de vis gaat hij bidden. En hoe! Hij bidt een gebed vol geloof. Hij eert God en dankt Hem voor zijn redding. Die hij op dat moment nog niet ziet. Hij zit nog steeds in de vis in de zee. Maar Jona twijfelt niet. Hij gelooft onvoorwaardelijk dat God hem redt. Dan beveelt God de vis Jona uit te spugen op het strand.
Voor de tweede keer geeft God hem de opdracht naar Nineve te gaan. Nu gáát Jona. Hij zegt tegen de mensen dat God de stad over veertig dagen zal vernietigen, vanwege haar slechte daden.

Goddelijk avontuur
Maar dan gebeurt er iets onverwachts. De inwoners van Nineve nemen Jona’s boodschap serieus. Ze schrikken van de onheilstijding. Ze erkennen dat ze gezondigd hebben tegen de God van hemel en aarde! Ze trekken het boetekleed aan. Hun koning roept een vasten uit voor de hele stad. De mensen en ook de dieren mogen niet eten of drinken. Ze moeten bidden tot God en stoppen met slechte dingen doen. Misschien dat God hen dan genadig is en het oordeel niet uitvoert.
En God is hen genadig. Want God is een God van liefde, een God van mededogen. God spaart Nineve.
Door het goddelijke avontuur van Jona, heeft een grote wereldstad zich bekeerd tot de God van Israël, die alle macht heeft in hemel en op aarde. Deze God zendt eeuwen later zijn Zoon als mens naar de wereld om de zonde van de mensen te verzoenen.

Het verhaal van Jona kun je lezen in het Bijbelboek Jona.

Jenny Goeree Manschot

©2005 Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2017 Alle rechten voorbehouden