Wonderen!

Toen Jezus volwassen was, trok hij heel Israël door. Hij deed dit samen met zijn 12 discipelen, zijn leerlingen. Overal predikte Hij en genas Hij de zieken. Hij deed grote wonderen. Iedereen was verbaasd. Er was altijd een menigte mensen om Hem heen.

Blinde Bartimeüs
Er is ook iemand in de menigte die blind is. Hij heet Bartimeüs. Bartimeüs hoort dat Jezus eraan komt. Hij begint heel hard te roepen: ‘Jezus, heb medelijden met mij!’ De mensen zeggen dat hij stil moet zijn. Ze houden niet van dat geschreeuw. Maar Bartimeüs gaat nog harder roepen. Dan zegt Jezus: ‘Breng hem hier!’ Hij vraagt Bartimeüs: ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’ ‘Heer, dat u me laat zien.’ Jezus raakt hem aan en meteen kan hij zien. Bartimeüs dankt en prijst God. Hij is zo blij!

De directeur van de synagoge
Jaïrus is de directeur van de plaatselijke synagoge. Hij heeft een dochtertje van twaalf jaar. Hij houdt heel veel van haar. Op een dag wordt ze ziek. Heel erg ziek. Jaïrus denkt: Jezus kan haar genezen. Hij gaat onmiddellijk naar Hem toe. Hij vraagt Hem om naar zijn huis te komen en zijn dochtertje de handen op te leggen. Jezus gaat mee. Maar ze schieten niet hard op. Er zijn zoveel mensen om Hem heen. Ze willen allemaal dat Hij hen geneest.

Wie heeft mij aangeraakt?
Onder hen is ook een vrouw die al twaalf jaar aan ernstige bloedingen lijdt. Het wordt steeds erger. Ze heeft al haar geld aan de doktoren uitgegeven. Maar er is er niet één die haar genezen kan. De vrouw denkt, als ik alleen maar de zoom van Jezus’ kleren aanraak, ben ik genezen. Ze glijdt met haar hand langs de rand van zijn kleed. Haar bloeding stopt direct. Ze is gezond.
Jezus voelt dat er kracht van Hem uitgaat. ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ De vrouw schrikt en begint over haar hele lichaam te trillen. Iedereen kijkt naar haar. Maar ze zegt: ‘Ik, Heer!’ Jezus antwoordt: ‘Vrouw, door uw geloof bent u gered.’ De vrouw gaat heel gelukkig naar huis terug. Ze heeft Jezus ontmoet in haar leven.

Meisje, sta op!
Maar Jaïrus krijgt treurig nieuws te horen. ‘Jaïrus, val Jezus niet langer lastig. Je dochtertje is overleden.’ Jezus hoort het. Hij zegt: ‘Wees niet bang, Jaïrus, geloof alleen en alles zal goed komen.’
Als Jezus bij Jaïrus thuis aankomt, is iedereen daar aan het huilen en rouwen om het meisje. Jezus stuurt ze allemaal naar buiten. Hij zegt: ‘Huil niet. Het kind is niet dood. Het slaapt.’ Iedereen lacht Hem uit. Want ze weten allemaal dat het kind dood is.
Jezus gaat de slaapkamer in. Alleen drie van zijn discipelen en de vader en moeder van het meisje mogen mee naar binnen. Jezus pakt haar bij de hand en zegt: ‘Meisje, sta op!’ Haar levensgeest keert in haar terug en zij staat onmiddellijk op. Jezus zegt tegen haar ouders dat zij haar wat te eten moeten geven. Dan gaat Hij weer verder.

Deze verhalen kun je lezen in de Bijbel in Marcus 10 vers 46 t/m 52 en Lucas 8 vers 40 t/m 56.

Jenny Goeree Manschot

©2012 Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2017 Alle rechten voorbehouden